Fietswiel in Kikker

 

“Dank je wel voor wat jullie net hebben gespeeld. Het was mooi, het was goed. Jullie hebben mij blij gemaakt.” Ik zie de spreker voor het eerst, qua leeftijd zou hij mijn oudste zoon kunnen zijn, qua huidkleur niet. “Wij mogen graag iets aan de mensen geven als we optreden dus graag gedaan.”

We openden met Zimihc de 54e aflevering van Het Proeflokaal in theater Kikker.
Met deze zaal in Woonplaats hebben we een hechte band al zal niemand van het huidige personeel daar dat weten. Misschien geldt het ook niet voor alle bandleden in dezelfde mate. Kikker markeert mijn coming out als dichter (ik meen in 1979, toen nog op de locatie Janskerkhof in een zaaltje boven PHRM). Kikker markeert Zimihc’s coming out als band, vanuit de kippenhokken (Cunera, Oudegracht 32) en keldertjes (waar niet?) kwamen we bovengronds en in het daglicht. Op een Test 1,2-avond van U-Pop deelden we het affiche met Conspiracy of Silence; in 1986. In dat jaar speelden we ook de première van onze eerste voorstelling Ik Ben Als Ieder Anders in Kikker op de Varkenmarkt. Daarna waren we vele malen terug om op te treden, te presenteren, te jureren, te lezen en te geven.

Op dinsdag 13 maart 2007 keren we terug op de plaats van de diskwalificatie-wegens-dubbele-maskerade tijdens een jaargang van de Kleine Prijs van Utrecht begin jaren ’90. Volgens schema arriveren we nu om 20.00 uur. Overdag is er ander, en betaald, werk gedaan. Volgens schema checken we om 20.20 uur wat in de praktijk 40 minuten lijkt op te schuiven. Volgens schema spelen wij om 21.00 uur, tijdstip waarop vloermanager Jochem voorstelt dat Zimihc dan maar na de pauze optreedt zodat Zimihc in de pauze rustig kan soundchecken. Dit soort vertraagdingen door onverschilligheid van andere optredenden bracht ons voorheen wel eens waar we niet wilden zijn maar nu zijn geluidschuiver René en wij het met elkaar eens dat we ons aan het papier gaan houden. Wie het eerst speelt, checkt het laatst; dat gaat om 21 uur gebeuren en is in een kwartier gepiept. Dan kunnen de deuren open. Zo is het.

Vooraf aan onze soundcheck hebben we moeten rondhangen en rondsloffen terwijl een trio op hun instrumenten van alles deed waar onze bassist bloedzenuwachtig van wordt maar dat in samenspraak met René tot een goed geluid leidde. In de programmafolder van dit Proeflokaal schrijft Kikker in commissie dat deze drie mannen in hun optreden alles improviseren. Daar geloven wij na deze repetitie niets meer van maar wat een genoegen moet het voor het trio zijn om zo een kort geheugen te hebben dat je alle drie niet meer doorhebt dat je in het optreden een uur later exact dezelfde improvisatie doet als in je soundcheck.

Twee uur eerder.
Mijn telefoon klinkt als ik op de fiets en met een rugtas teksten plus een gerepareerde toeter van karton en plastic onderweg ben naar de Varkenmarkt. Telefoon zo kort voor een optreden, dat moet Roland zijn. Basman informeert of we nog aan het inladen zijn op de Bouwstraat en hoe laat we bij Kikker arriveren. Ik ga net bij Thinker on Rock op De Neu rechtsaf en zie aan het eind van de straat verderop basman oversteken. Mannensilhouet dat zich onderscheidt van het grauw door gitaarhals en krulbol. Wie was er eerder …. / …. wij waren er tegelijk.

Twee uur daarna.
We harken onze speelgoedinstrumentenkoffers vol, steken gitaren in foedralen en zitten gevangen in de zweterige kleedruimte als de tweede act start. Door de dichte deur heen klinkt een prachtige zangstem die ons in de juiste après-show-stemming houdt. Kijk en adem. Adem en hoor. Dit duurt de afgesproken vijftien minuten. Dan zouden we eindelijk wel eens ‘de frisse lucht in’ willen; volgens mijn muzikanten bedoel ik ‘aan het bier’. De meligheid slaat droog toe, klem in de kleedkamer, vanwege de improvisatiekopie van act drie.

We kwamen deze keer in het Proeflokaal terecht op de manier zoals dat een paar jaar eerder bij Worm in Rotterdam ging; op onnadrukkelijke voorspraak van de Scheveningse taalvorst Cor Gout –bij alle lezers ook wel onbekend van Trespassers W. Hij vermeldt in een van zijn nieuwsbrieven onze nieuwe cdvd Schuil en vervolgens nodigt iemand in Utrecht dan de Utrechtse band die dat album maakte uit.

Het was goed wat we daar deden, getuige ook de uitnodiging die we van Martijn Buser krijgen om op 1 juni op de ‘best of Proeflokaal’ van dat seizoen te komen spelen. Het was hartverwarmend om te horen dat men zelfs vanuit Haarlem afreist om ons een kwartier live mee te maken. Mooi ook om te horen dat iemand die pas bij de avondmaaltijd hoorde dat we speelden thuis kruis of munt heeft gegooid. Het was heerlijk om zonder aankondiging uit het donker naar het licht te komen en ons kwartier te vullen voordat de rode lamp kon gaan knipperen met de stukken Schuil, in de modder; Hoop en vreugde ; Zoals hij daar ligt ; en De glimlach van een dier. Subtiel, strak, stil en op het eind maakte  René het hard tot in het laatste woord ‘uit’. Iedereen die er was won vanavond; en de gratis Schuil ging naar de mens die verklaarde dat we hem blij hadden gemaakt. Alles geven nu.

In het donker, in het licht; we namen het fietswiel dat in het titelnummer de  blikvanger is niet mee uit de zaal. Kikker belt wel over wat we vergeten zijn, dacht ik, iets in de trant van: “Wanneer komt Zimihc het fietswiel ophalen?”

Noem maar een avond. Maar wanneer ik die week mail, gaat het zo: “Dat fietswiel is niet meer in Kikker. Dat is bij het oud vuil gezet. Wij dachten: “Het is nog hier, de mannen zullen het klaarblijkelijk niet meer nodig hebben.” Dus helaas, helaas. Geen fietswiel meer hier.

Dat is op vrijdag 1 juni prachtig ondervangen als we op de slotavond (een volgens de flyer “‘uniek evenement waar u de vruchten plukt van experiment, eigenwijsheid en vasthoudendheid”)  in het Superproeflokaal spelen. Dylans Dog heeft een door Anna Livestro vertaalde tekst en een a capella arrangement dat we boven in het café doen.

Muisstil wordt het tijdens deze eigenwijze uitvoering; inderdaad uniek.

Het nieuwe wiel dat Kikker heeft geregeld [de vasthoudendheid van mijn kant & de eigen wijze eigenwijsheid van Martijns kant gaan constructief hand in hand] staat niet op een standaard maar hangt in een tijdelijke constructie aan het plafond in de grote zaal. Ik sla in Schuil, in de modder wel het bloed op mijn vingers maar het wiel blijft heel. Dankbaar nemen we het wiel aan het eind van de avond mee naar onze opslag in de Bouwstraat.